0-4 jaar

Al voor de geboorte, maar vooral vanaf de geboorte zijn de bewegingen van kinderen voortdurend aan het veranderen. Al bij zeer jonge kinderen gaat er geen dag voorbij of er valt wel iets nieuws te ontdekken.

Binnen onze praktijk zien we vooral kinderen in deze leeftijdscategorie met:

  • Voorkeurshouding

  • Motorische ontwikkelingsachterstand zoals laat lopen

  • Tenenlopen

  • Cerebrale parese

  • Problemen op gebied van prikkelverwerking

  • Problemen op gebied van zindelijkheid

Het bewegen, ofwel ‘de motoriek’ ontwikkelt zich vanuit 4 verschillende houdingen: buiklig, ruglig, zit en stand.

In het eerste half jaar zal een kind met name in rug-  en buiklig spelen. Vanuit ruglig leert een kind al snel zijn hoofd en benen op te trekken, waardoor de buikspieren actief worden. Dit is belangrijk om straks te kunnen kruien en later te gaan staan. Door om te rollen van buik naar rug en anders om, leert het kind een draaibeweging met de romp te maken wat heel belangrijk is om later goed het evenwicht te bewaren met kruipen, lopen en rennen.

Pas als een kind zelfstandig tot zit kan komen, zo tussen de 6 en 8 maanden, is spelen in zit een goed alternatief. Vaak wordt een kind te vroeg in zit of stand neergezet, omdat gedacht wordt dat je op deze manier de ontwikkeling kan stimuleren. Het tegendeel is waar. Wanneer een kind op jonge leeftijd veel in zit wordt neergezet en hier plezier in heeft, kan dit ten koste gaan van de ontwikkeling in buik- en ruglig met als gevolg dat de motorische ontwikkeling en ontwikkeling van het evenwicht belemmerd wordt.

Vanaf het moment dat een kind kan lopen, zal het actief op verkenning gaan en de wereld leren kennen. Een kind ontdekt wat hij wel en niet kan. Veel bewegingen gaan al automatisch. Een kind imiteert en helpt mee. Hindernissen zoals een stoeprand of een stoel die in de wegstaat, kunnen met veel mogelijkheden worden opgelost. Het kind leert zuinig met energie om te gaan en weet al snel ‘de kortste weg’ ergens naartoe.