Voorkeurshouding

In de eerste maanden na de geboorte zal uw baby met het hoofd vaker naar één zijde gedraaid liggen. De baby kan het hoofd naar de andere zijde draaien, maar nog niet goed in het midden houden. In de loop van de eerste drie maanden zal er steeds meer variatie te zien zijn in de positie van het hoofd en is uw baby tenslotte in staat u vanuit het midden (de middenlijn) aan te kijken. Wanneer uw baby echter meer dan drie kwart van de  tijd met het hoofd naar één kant gedraaid ligt, is er sprake van een voorkeurshouding. Een voorkeurshouding kan de ontwikkeling van uw baby nadelig beïnvloeden. Omdat de schedel tijdens de eerste levensmaanden van nature zacht is, kan er door de eenzijdige positie van het hoofd een afplatting van de schedel ontstaan. Slaap- en speelhoudingen oefenen invloed uit op de vorm van het hoofd. Het is daarom wenselijk dat uw baby in afwisselende houdingen speelt.

Plagiocephalometrie

Plagiocephalometrie is een meetinstrument om de mate van scheefheid van het hoofdje objectief vast te stellen. Met behulp van de meting kan worden vastgesteld of verdere behandeling, bijvoorbeeld helmtherapie, noodzakelijk is. Ook vooruitgang of eventuele achteruitgang kan door deze meting worden vastgelegd.

U kunt hier de behandelfolder downloaden.

Wanneer is het zinvol om te meten?

Zodra u merkt dat uw baby een voorkeurshouding ontwikkelt is het zinvol dit te melden bij uw (consultatiebureau) arts. Adviezen kunnen helpen de voorkeurshouding te doorbreken. Als de voorkeurshouding echter niet vermindert is kinderfysiotherapeutische behandeling zinvol. Meting van de afplatting is zinvol bij aanvang van de therapie om in de loop van de tijd de schedelvorm te kunnen vergelijken met de beginsituatie.